|
|
Herkenbaar aan deze unieke combinatie van kenmerken
- de gele pluimen kleine bloemetjes én
- bruin-zwarte hangende vruchten én
- lancetvormige blauwgroene bladeren met witachtige middennerf
|
Algemeen
Wede is een overblijvende plant, die tot 1,20 meter hoog kan worden.
In Nederland is wede zeer zeldzaam en komt hoofdzakelijk voor langs de rivieren op zonnige, open, droge, vaak steenachtige plaatsen. Heel zelden vind je haar ook in de duinen. Oorspronkelijk komt wede van de steppen uit Oost-Europa en Azië.
|
Bloem
Wede bloeit in mei en juni met kleine gele bloemetjes.
Blad
De blauwachtig groene bladeren zijn glad en hebben een licht gekleurde middennerf. De onderste bladeren zijn gesteeld, de bovenste omvatten de stengel met een pijlvormige voet.
Vrucht
Opvallend zijn de vruchten van de wede. De vruchten hangen en zodra ze beginnen te rijpen worden ze bruin-zwart. Ze zijn 1 (of 2)-zadig.
Bijzonderheden
Wede is een waardplant van de oranjetip en het groot koolwitje.
Tot in de 19de eeuw werd wede gekweekt voor de bereiding van blauwe verfstof. Deze kwekerijen verdwenen toen de Europeanen de kleurstof indigo uit India naar Europa brachten.
|
|
Algemeen
- kruisbloemenfamilie (Brassicaceae)
- overblijvend
- zeldzaam voorkomend
- 60 tot 120 hoog
-
verspreiding
Bloem
- geel
- mei en juni
- tros
- stervormig
- 2,5 tot 4 mm
- 4 kroonbladen, niet vergroeid
- 4 kelkbladen
- 6 meeldraden
- 1 stijl
Blad
- verspreid
- enkelvoudig
- lancet- of pijlvormig
- top spits
- rand gaaf
- voet pijlvormig, (half) stengelomvattend
- veernervig, middelste nerf licht gekleurd
- blauwachtig groen
Stengel
- rechtop
- grijsgroen, soms wat paars aangelopen
- glad en kaal
- rolrond
|
Bewerkte botanische illustratie van wede (Isatis tinctoria).
|
|